In de Nieuwe Koers van Oktober omarmt Willem Maarten Dekker het conservatieve “cultuurchristendom-zonder-Jezus” dat Baudet en Buma uitdragen, maar lijkt beducht voor het “Jezus-zonder-cultuurchristendom” van de ChristenUnie.

Geef mij maar het Jezus-zonder-cultuurchristendom van de ChristenUnie, waarbij niet zozeer wordt geïnvesteerd in de symboolpolitiek van God, Nederland en Oranje, maar waarbij Zijn oproep tot navolging vorm krijgt in het opkomen voor de wees, weduwe en vreemdeling.

Het “cultuurchristendom-zonder-Jezus” is een lege huls

De zorg dat christelijke wortels steeds meer in het gedrang komen, is van alle tijden en daarom niet minder terecht. Dat de maatschappelijke vruchten van het christendom, nog lang na de secularisatie haar intrede deed, doorsijpelen in een postchristelijke samenleving is een zegen maar geen gegeven. Dekkers tragiek is dat hij zich zo vastklampt aan die laatste in naam beleden restanten van een cultuurchristendom, en er een voortzetting van de oude CHU in ziet. Dit slaat de plank volledig mis. Van oudsher, in haar beste dagen en hoogste idealen, had dát cultuurchristendom, in een andere tijd en context, misschien iets van een hoop op een cultuurchristendom-mèt-Jezus.

CHU-gedachtegoed in betere handen bij ChristenUnie

In ieder geval had het CHU-cultuurchristendom als wezenskenmerk ook een sterke sociale component die gericht was op het welzijn van anderen en niet alleen op zelfbehoud. De oude CHU stond voor verheffing, voor investeren in het welzijn van armen, zwakken, voor oprichting van zondagscholen en arbeiderspastoraat. De CHU maakte zich sterk voor christelijk onderwijs, en voor meer vrouwen in de politiek. Baudet en de zijnen mogen dan flirten met de conservatieve flank onder de (cultuur)christenen – op actief opkomen voor minder bedeelden, vrouwen of arbeiders hebben we ze nog niet kunnen betrappen. Bij de ChristenUnie is het CHU-gedachtegoed dus in betere handen dan bij Baudet en Buma.